Alle artikelen
Proefschrift

Diagnosing deep venous thrombosis in primary care

30 september 2005 in Hart- en vaatziekten, Longaandoeningen

R. Oudega
Diep Veneuze Trombose (DVT) is lastig te diagnosticeren voor de huisarts vanwege de vaak aspecifieke en soms ook beperkte klachten. Het missen van de diagnose kan ernstige gevolgen hebben door het optreden van een (fatale) longembolie. Iedereen verwijzen voor een echo is niet effectief omdat 80% van de patiënten geen DVT blijkt te hebben.

Diep Veneuze Trombose (DVT) is lastig te diagnosticeren voor de huisarts vanwege de vaak aspecifieke en soms ook beperkte klachten. Het missen van de diagnose kan ernstige gevolgen hebben door het optreden van een (fatale) longembolie. Iedereen verwijzen voor een echo is niet effectief omdat 80% van de patiënten geen DVT blijkt te hebben.

Afzonderlijke symptomen geven helaas geen uitsluitsel over de diagnose. Door gewogen samenvoegen van de symptomen in een Klinische Beslis Regel (KBR) kan met deze regel de kans op DVT bepaald worden.
De onderzoeker toont in dit proefschrift aan dat de KBR van Wells, die wereldwijd in ziekenhuizen gebruikt wordt, niet geschikt is voor gebruik door de huisarts.
Daarom heeft hij met gegevens van huisartspatiënten een nieuwe beslisregel ontwikkeld die wel geschikt is voor gebruik in de 1elijn.
De huisarts kan door toepassen van een D-dimeer test samen met de huisarts-beslisregel bij een groot deel van de patiënten de diagnose DVT uitsluiten. Een lage score van de beslisregel en een normale D-dimeer testuitslag sluit de diagnose uit met slechts 0,7% gemiste DVT. Dat is in dezelfde veiligheidsorde als bij een echo-onderzoek. Slechts een deel van de patiënten hoeft dan doorverwezen te worden voor verdere beeldvormend onderzoek.