Alle artikelen
Actua

Schouder- en elleboogblessures in het honkbal; een tweeluik - Elke worp een aanslag op het lichaam

30 januari 2017 in Bandletsel, Beleid, Biomechanica, Elleboog, Epidemiologie, Fracturen, Hand/vinger/duim, Heup/lies, Impingement, Instabiliteit, Kraakbeenletsel, Ligamentair letsel, Luxatie, Onderarm, Onderrug/bekken/heiligbeen, Peesletsel, Schouder/sleutelbeen, Spierletsel

Linda Zoon, Redactie Sport & Geneeskunde
Onder medici en paramedici is het al bekend: honkballers hebben veelvuldig elleboog- en schouderblessures. Ook de media zijn hiervan op de hoogte. Zo publiceerde de Volkskrant eind september 2016 een artikel over ‘de gewelddadigste beweging in sport’. De krant duidt hiermee op de worpen die pitchers in het honkbal maken en dat de gemiddelde pitcher in zijn/haar carrière niet gevrijwaard blijft van een elleboog- en/of schouderblessure. Hoe komt dat? En, wat kunnen technische innovaties en onderzoeken, zoals Project FASTBALL dat op 25 januari 2017 nog werd belicht in Nieuwsuur, bijdragen aan blessurepreventie?

Een inleiding op een tweeluik over blessures in het honkbal.
Inleidend bericht op een tweeluik over honkbalblessures. Trefwoorden: schouder, elleboog, overbelasting, traumatische letsels, werpen.

Snelheid en kracht

Volgens de Amerikaanse bewegingswetenschapper Glenn Fleisig is de worp die een pitcher maakt de gewelddadigste beweging in de sport. Met een gemiddelde snelheid van 140 kilometer per uur, wordt er tijdens het draaimoment na een simpele berekening met 60 kilo aan de arm getrokken. En dat 100 keer per wedstrijd. Het zijn voornamelijk de pezen en banden die de klappen te verduren krijgen en hierbij beschadigen.

Soorten letsels

De blessures die werpers in het honkbal hebben, komen vooral voor aan de elleboog en de schouder en bevinden zich in het labrum, de banden en de pezen. Volgens Rob Tamminga, sportfysiotherapeut en voorzitter van de medische commissie bij onder andere de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond (KNBSB) komen bij werpers voornamelijk overbelastingblessures voor aan primair de schouder en elleboog, terwijl bij de slagmannen naast de vaak secundaire overbelastingblessures aan de schouder en elleboog ook traumatische letsels optreden.

Lees meer over blessures in het honkbal in deel 1 van het tweeluik over honkbal en blessures: 'Honkbalblessures en de sport(para)medicus; soorten en behandeling'. In dit deel vertelt Rob Tamminga over welke blessures hij in de praktijk tegenkomt en hoe hij deze samen met collegasportfysiotherapeuten, sportartsen en sportorthopeden behandelt.

Blessurepreventie

Voorkomen is beter dan genezen. Niet alleen voor de honkballer zelf, maar ook voor het team dat voor het succes van een wedstrijd grotendeels afhankelijk is van de werptechniek en – snelheid van de pitcher. Het voorkomen van uitval door blessures is dan ook zeer belangrijk. Door te investeren in een optimale trainingssetting, worden wedstrijden optimaal en zonder blessures gespeeld. Hiervoor is inzicht nodig. Inzicht in bijvoorbeeld de optimale werptechniek. De Technische Universiteit Delft doet samen met de VU Amsterdam, KNBSB , Medicort; Specialisten in Fysiotherapie en Manual Fysion, in een door STW gesubsidieerd project (Project FASTBALL), onderzoek naar elleboog- en schouderblessures bij pitchers in het honkbal en hoe deze te voorkomen zijn. Wat zijn de belastingen in de twee gewrichten tijdens het pitchen? Hiervoor zijn opnames gemaakt van verschillende werptechnieken met specifieke duiding van de piekkrachten en piekmomenten binnen de elleboog en de schouder. Hierdoor komt er zicht op  welke krachten en momenten van belang zijn voor de snelheid van worp en welke een te groot blessure risico vormen, waarna trainingsschema’s zo kunnen worden aangepast dat de hoeveelheid verkeerde piekkrachten omlaag gaat.

Lees meer over blessurepreventie in het honkbal en Project FASTBALL in deel 2 van het tweeluik over honkbal en blessures: 'Blessurepreventie in het honkbal - Harder werpen, maar dan wel blessurevrij'.

Sportmedische implicaties

Wat weten we op dit moment? Volgens technisch wetenschapper Dirkjan Veeger van de TU Delft en VU Amsterdam in ieder geval nog niet genoeg. “Wat we wel weten is dat veel van de oorzaken van elleboog- en schouderblessures lager in de bewegingsketen gezocht moeten worden, in het bijzonder in de been- en rompbeweging. Hoe of wat zijn we nu dus nader aan het onderzoeken. Als we heldere conclusies hebben, kan dat van invloed zijn op de blessurepreventie en wellicht ook de aanpak van blessures!” Rob Tamminga: “Het is ook in de sportmedische praktijk duidelijk dat de beweegketen bij het werpen van essentieel belang is bij het ontstaan, maar ook zeker bij het voorkomen van elleboog- en schouderblessures. Door deze kennis juist toe te passen in blessuremanagement zal de effectiviteit van behandelen alleen maar toenemen”.

Meer informatie… een tweeluik met deskundigen

Blessures in het honkbal. Niet alleen de honkballer zelf krijgt ermee te maken, maar ook de sportfysiotherapeut, sportarts en orthopeed en zelfs technisch wetenschappers. Sportfysiotherapeut Rob Tamminga én technisch wetenschapper Dirkjan Veeger van de TU Delft komen aan het woord over respectievelijk honkbalblessures en honkbalblessurepreventie aan de hand van technologie in een tweeluik:

Deel 1: Honkbalblessures en de sport(para)medicus; soorten en behandeling

Deel 2: Blessurepreventie in het honkbal - Harder werpen, maar dan wel blessurevrij